MDNDR011 ziet af van opsporingsonderzoek tegen N. Achikzei, Z. Mehraban en Mr. P.H. Ruijzendaal

De in brand gestoken Narges Achikzei en haar vriend hadden een heftig conflict met de 32-jarige Utrechtse ex-werkgever van de vrouw. De familie wordt in verband gebracht met oplichtingspraktijken. Tegen hen is in ieder geval aangifte gedaan door een benadeelde. Deze is zelf weer gedagvaard om een week na de brandmoord voor de rechter te verschijnen in verband met smaad. Hij zou gedurende lange periode de vrouw - een ex-werkneemster - hebben belaagd met e-mails en haar eer en goede naam hebben aangetast.

Zeer waarschijnlijk heeft dit conflict een rol gespeeld bij haar gruwelijke dood. Het Openbaar Ministerie wil nooit inhoudelijk reageren op vragen over het juridisch conflict. Duidelijk is dat het conflict Achikzei en andere betrokkenen sterk onder druk zette.

Aan: R. Geissen
Utrecht

Bezoekadres: Zeist, Utrechtseweg 141
Korpsonderdeel: districtrecherche
Behandeld door: Johan de Boer (ps)
Telefoon: 030-6972999
Ons kenmerk: PLO920/09-192579
Uw kenmerk: Uw aangifte dd. 23 juni 2009
Datum: 8 september 2009
Onderwerp: afzien van opsporingsonderzoek

Geachte heer,

Op 23 juni 2009 heeft u te Zeist aangifte gedaan van meerdere strafbare feiten, die u danwel uw onderneming is aangedaan door een ex-medewerker en een ex-stagiaire en enkele van hun familieleden over de periode januari 2008 – juni 2009. Kort nadat de aangifte was opgenomen heb ik deze beoordeeld en besloten hieraan een lage prioriteit te verbinden; feitelijk wordt hierdoor geen/weinig vervolgonderzoek in de aangifte gedaan. Thans heb ik opnieuw uw aangifte beoordeeld en besloten geen (verder) opsporingsonderzoek in deze te laten verrichten; uw aangife zal worden opgelegd.

De argumenten die geleid hebben tot deze beslissing kunnen gelegen zijn in:
1. de door Openbaar Bestuur en Openbaar Ministerie gestelde prioriteiten. Immers, elk
onderzoek vergt capaciteit die (helaas) beperkt is;
2. de inschatting, gemaakt van de mogelijkheid om te komen tot een succesvolle afronding van de zaak c.q. veroordeling van de verdachte;
3. de mate waarin strafrechtelijke afdoening haalbaar én opportuun is.

In deze is geconstateerd dat een in te stellen opsporingsonderzoek veel capaciteit zou vergen en die inspanning niet in relatie staat tot de prioriteit van de aangifte. Daarnaast is mij gebleken, dat de vermeende strafbare feiten zich hebben voorgedaan in een beperkte kring en dat het gemeenschapsbelang hierdoor gering c.q. niet aanwezig is. Een succesvolle strafvervolging lijkt hierdoor uiterst twijfelachtig, temeer daar het wettig en overtuigend bewijs in de verschillende vermeende strafbare handelingen moeilijk c.q. niet te leveren is. Om deze redenen wordt afgezien van strafrechtelijk overheidsingrijpen; het conflict kan beter onderling gerechtelijk uitgevochten worden.

Met vriendelijke groet,
De chef recherche / hulpofficier van justitie,

MDNDR011

Geplaatst in Innovatie, Klokkenluider, Moord Narges Achikzei, Onderzoek, Politie Zeist, Tijdlijn en getagd met , , , , , , , .